Naar de hoofdinhoud gaan

Anees Bahji en collega’s publiceerden meerdere meta-analyses over ketamine bij stemmings- en traumagerelateerde stoornissen. Een meta-analyse vat de resultaten van veel afzonderlijke studies systematisch samen, waardoor sterkere uitspraken mogelijk worden over hoe groot een effect werkelijk is.

Voor depressie laat het werk van Bahji zien dat ketamine — en de afgeleide vorm esketamine — bij therapieresistente depressie tot een snelle, soms al binnen uren merkbare afname van klachten kan leiden. Het effect is bij een deel van de patiënten echter kortdurend en vraagt herhaalde toediening of opbouwende behandeling om resultaat vast te houden.

Voor PTSS en trauma-symptomen is het beeld voorzichtiger. Bahji beschrijft enkele kleinere studies die wijzen op afname van herbeleving, hyperalertheid en intrusieve gedachten na ketamine-infusies, vooral wanneer dit gecombineerd wordt met traumagerichte therapie. Maar het aantal studies is klein, de protocollen variëren sterk, en de langere termijneffecten zijn nog onvoldoende onderzocht.

Een waardevolle bijdrage van het werk is de afweging tussen werkzaamheid en risico's. Ketamine heeft een dissociatief en verslavend potentieel; herhaald gebruik buiten medisch toezicht kan schadelijk zijn. Bahji pleit daarom voor strikte indicatie, zorgvuldige opvolging en integratie in een breder behandelplan, in plaats van losse infusies zonder context.

Voor de Nederlandse praktijk zijn deze inzichten relevant. Ketamine wordt in sommige klinieken al off-label ingezet bij depressie, en de bevindingen van Bahji helpen om die toepassing kritisch te volgen. Voor PTSS blijft het experimenteel.